In de bestuurskamer liggen de telefoons omgekeerd op tafel, zit de laptop van de gast op het gastennetwerk en gaat de deur dicht zodra het over de reorganisatie gaat. Aan het hoofd van de tafel zit iemand met een nieuwe bril op. Die kan toevallig ook filmen. Het probleem met de camerabril op de werkvloer in één zin: ons beleid kijkt naar apparaten op tafel, niet naar apparaten op neuzen.
Deze week kwam het onderwerp van drie kanten tegelijk binnen:
- Op 13 oktober publiceerde de EDPB, het overleg van Europese privacytoezichthouders, een verklaring over slimme brillen. Kern: ze vallen onder de AVG, opnemen moet duidelijk kenbaar zijn, en ‘het zou niet mogelijk moeten zijn om op te nemen als het lampje is afgedekt’. De huishoudelijke uitzondering is smal en geldt niet voor professioneel gebruik.
- Dezelfde dag meldde Security.nl dat de stichtingen Offlimits en The Firewall een kort geding beginnen tegen Meta, dat de camerabril in Nederland blijft verkopen. Meta’s directeur voor de brillen zei verrast te zijn dat mensen het opnamelampje actief proberen uit te schakelen.
- In Groningen weren inmiddels 35 culturele organisaties bezoekers met een camerabril, en Wehkamp en Hans Anders stopten eerder met de verkoop.
De zaak tegen Meta loopt nog; wat de rechter vindt, weten we niet. Wat de toezichthouders vinden, staat inmiddels zwart op wit.
Camerabril op de werkvloer: waar houdt het privégebruik op?
Thuis een filmpje van de kinderen maken valt onder de huishoudelijke uitzondering van de AVG. Volgens de EDPB moet die uitzondering ‘eng worden uitgelegd’ en dekt ze geen professioneel gebruik. Wie op kantoor even het whiteboard vastlegt ‘voor de notulen’, staat dus niet meer in de huiskamer maar midden in je verwerkingsregister: het overzicht van alle persoonsgegevens die je organisatie verwerkt.
En daar wordt het interessant. De EDPB wijst erop dat de fabrikant en de aanbieder van de gekoppelde app of AI-functie zelf verwerkingsverantwoordelijke kunnen zijn, bijvoorbeeld als beelden worden geanalyseerd om de omgeving te beschrijven. Ook de ePrivacy-regels kunnen gelden als het apparaat standaard gegevens naar een server stuurt. Vertaald: de kwartaalcijfers op het scherm maken mogelijk een reisje naar een partij die in geen enkel leveranciersoverzicht staat.
De toezichthouders noemen de werkplek ook zelf: zorgen over het monitoren van medewerkers en over de vertrouwelijkheid van bedrijfsgeheimen. Opnemen kan daar ‘ongepast of verboden’ zijn. Dat is geen verbod, wel een vrij duidelijke knipoog richting iedereen die het beleid voor aanvaardbaar gebruik beheert.
Een lampje is een verzoek, geen beheersmaatregel
Dat mensen een opnamelampje afplakken, verrast geen enkele securityprofessional. Een maatregel die de gebruiker met een stickertje kan uitschakelen, is een vriendelijk verzoek. De EDPB legt de lat daarom bij de fabrikant: indicatoren die betrouwbaar zijn, moeilijk te omzeilen en actueel blijven. Jouw organisatie kan daar niet op wachten.
De norm is overigens al verder dan veel beleid. ISO 27002:2022 maatregel 7.6 (werken in beveiligde gebieden) zegt dat foto-, video- en audioapparatuur daar niet is toegestaan tenzij er toestemming voor is. Maatregel 5.10 vraagt om regels voor aanvaardbaar gebruik van informatie. De vraag is alleen of jouw regels bij ‘opnameapparatuur’ aan een telefoon denken of ook aan een montuur.
En dan is er nog het strafrecht. Arnoud Engelfriet wijst op Security.nl op artikel 139f Wetboek van Strafrecht: in een niet-openbare ruimte, zoals een kantoor of magazijn, is filmen met een hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet duidelijk kenbaar is gemaakt strafbaar. Een bordje bij de ingang volstaat bij een vaste camera misschien, bij een bril waarschijnlijk niet.
Wil je de bril zelf inzetten? Begin bij de ondernemingsraad
Een servicemonteur met handen vrij en een collega die op afstand meekijkt: de businesscase schrijft zichzelf. Maar een bril die collega’s en klanten in beeld brengt, is al snel een systeem dat geschikt is om gedrag en prestaties van medewerkers te volgen. Daarvoor heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht (artikel 27 WOR), zoals Engelfriet ook aangeeft.
Daarnaast is het precies het soort nieuwe technologie met camerabeelden van mensen die het niet doorhebben waarvoor een DPIA (artikel 35 AVG) bedoeld is: een vooraf uitgevoerde beoordeling van de privacyrisico’s. Doe die vóór de pilot, niet erna. De EDPB geeft de ontwerpvragen er gratis bij: kan de verwerking op het apparaat blijven, staat opslag standaard uit, worden omstanders vervaagd, en kun je opnemen uitschakelen op gevoelige plekken?
Drie vragen voor maandagochtend
- Noemt ons beleid voor aanvaardbaar gebruik en onze bezoekersregeling opnameapparatuur die je draagt, of alleen telefoons en laptops?
- Op welke plekken is opnemen bij ons niet toegestaan (serverruimte, HR-gesprekken, R&D, behandelkamers), en herkent de receptie een camerabril als die binnenloopt?
- Als een afdeling straks zelf brillen wil gebruiken: wie besluit erover, ligt er een DPIA, en zit de ondernemingsraad al aan tafel?
Het lampje brandt. De vraag is of iemand in jouw organisatie weet waar hij moet kijken.
Bronnen
- EDPB: Statement on smart glasses (13 oktober 2026, pdf)
- Security.nl: Europese privacytoezichthouders: camerabril moet filmen duidelijk aangeven
- Security.nl: Meta blijft camerabrillen in Nederland verkopen, stichtingen starten kort geding
- Security.nl: Groningse cultuursector verbiedt camerabrillen
- Security.nl (Arnoud Engelfriet): Hoe mag je een camerabril als technisch hulpmiddel binnen je bedrijf gebruiken?
